Tag: faalangst

Het ‘het-moet-lijken-syndroom’


Vorige herfst sprak ik een levenslustige vrouw. Vrolijk, actief en geeft zelf ontspanningsmassages. Maar in haar creatieve werk zat ze vast. 

Ze schilderde en was op zoek naar iemand die haar trucjes kon aanleren waardoor ze makkelijker zou kunnen schilderen.

“Wat ik wil leren weet ik niet zo precies te benoemen,” schreef ze me later, “maar wat verschillende technieken of zo. Hoe en wat je allemaal kunt doen met verf.”
Verder schreef ze over haar geremdheid door het willen behalen van een mooi, goed lijkend resultaat.

Voor mij was meteen duidelijk dat er meer speelde. Dit had niks te maken met goed leren schilderen en techniekjes. Laat staan met een mooi resultaat. Integendeel! 

 Duidelijk een egel, toch?
Olaf, 5 jaar

Overtuigingen
Als een kind vraagt of het kan tekenen, zingen, dansen… natuurlijk kan het dat! 

Het is precies die onbevangen instelling die creativiteit van je vraagt: vrijheid en speelsheid in denken en doen en een nieuwsgierige, onderzoekende houding.

Dit is puur een mentale kwestie, want waarom zou een willekeurig kind beter kunnen tekenen dan een willekeurige volwassene met een beter ontwikkelde motoriek?
Als je overtuigingen je hierin belemmeren, ontnemen ze je alle plezier.
Zo worden tekenen en schilderen een frustrerende bevestiging van onvermogen en onbekwaamheid, in plaats van de avontuurlijke, speelse zoektocht naar nieuwe, eigen mogelijkheden. 

Mijn gedachten waren dan ook dat we ons zouden moeten richten op haar strenge ideeën over dat tekeningen en schilderijen mooi moeten zijn en vooral ergens op moeten lijken.

Coachen om te kunnen tekenen
Tijdens een gesprek in mijn atelier legde ik mijn vermoeden aan haar voor en zij herkende zich volledig in deze gedachten. Ook gaf ik aan dat ik haar zou kunnen helpen met het loslaten van haar ‘het-moet-lijken-syndroom’ om haar tekenplezier weer terug te kunnen vinden. Ze was meteen enthousiast!

Ik stelde haar een combinatie van coaching en tekenlessen voor. Zo zouden we haar behoefte aan het krampachtige ‘moeten lijken’ onderzoeken, en waar die vandaan komt. Verder zouden we nagaan hoe ze dat zou kunnen loslaten en ze meer speelsheid en plezier zou kunnen (terug)krijgen in het tekenen en schilderen.

Creatief werken is een spiegel waarin je jezelf laat zien. In een tekenboekje zou ze dagelijkse tekeningetjes maken, bij iedere tekening zou ze gedachten en inzichten opschrijven, en die wekelijks naar me appen.
Zo volgde ik haar ontwikkelingen en werden nieuwe processen aan het licht gebracht. Langzaam openbaarden zich in het tekenboekje meer remmende processen, van weerstand en ongeduld, waar ik haar weer op kon coachen en gericht oefeningen op kon maken. 

Coachen en spelen!
In de lessen richtte ik me op het contact met het materiaal, zoals kinderen dat doen. De verwondering van de tekenbeweging, de zintuiglijke ervaring van krijt op papier. 

Er werd uitbundig gespeeld in korte oefeningen waarin resultaat geen rol speelde. Al spelend losten naast de gefixeerdheid op mooi lijkend resultaat ook ongeduld en weerstand op. Plezier kwam terug. Coachen en spelen bleken hier een gouden combinatie!