Dingen zien in dingen

Een dagelijkse bron van plezier is voor mij dingen zien in dingen

De eerste dingen zijn dan vaak gezichten met verschillende emoties, maar daarnaast bijvoorbeeld ook een ballend meisje, een kittig paardje, een trompetterende olifant, een rennende tekkel of een vriendelijke, luie draak.

Die bijvoeglijke naamwoorden zijn hierbij belangrijk. Deze dingen zijn zelden ‘dingen an sich’. Ze zijn iets of ze doen iets.

De tweede categorie dingen zijn de dingen waarin ze zitten verstopt of hoe ze zich hebben vermomd: een lichtknopje, een opengesneden paprika, een huis, een auto, een wolk, een tak, een plakbandhouder, ze zitten overal.

Je doet een la open of de koelkast, je snijdt een uitje, je zit in de file wat om je heen te kijken, je loopt door het bos om een waterplas heen, je ligt loom op je rug op je handdoekje aan het strand en -floep-! Daar springt-ie te voorschijn. Je hoeft er niks voor te doen. En als je ‘m eenmaal ziet, kun je ‘m ook bijna niet meer ont-zien. Dan is-ie er voor altijd. Telkens als ik een plakbandje afscheur is daar de loerende alien, en iedere avond zie ik een verbaasde blik in de lichtschakelaar.
In sommige dingen ziet iedereen iets anders. En we hebben allemaal gelijk.

Veel mensen zien dingen in dingen. Maar niet iedereen.

Je moet er je fantasie voor (durven) toelaten om dingen in de dingen te willen zien. Want verder is het volledig nutteloos. En is het niet ontzettend kinderachtig?! Eigenlijk is het een vorm van spelen. Een geluksmomentje in je dag.

Het ‘het-moet-lijken-syndroom’


Vorige herfst sprak ik een levenslustige vrouw. Vrolijk, actief en geeft zelf ontspanningsmassages. Maar in haar creatieve werk zat ze vast. 

Ze schilderde en was op zoek naar iemand die haar trucjes kon aanleren waardoor ze makkelijker zou kunnen schilderen.

“Wat ik wil leren weet ik niet zo precies te benoemen,” schreef ze me later, “maar wat verschillende technieken of zo. Hoe en wat je allemaal kunt doen met verf.”
Verder schreef ze over haar geremdheid door het willen behalen van een mooi, goed lijkend resultaat.

Voor mij was meteen duidelijk dat er meer speelde. Dit had niks te maken met goed leren schilderen en techniekjes. Laat staan met een mooi resultaat. Integendeel! 

 Duidelijk een egel, toch?
Olaf, 5 jaar

Overtuigingen
Als een kind vraagt of het kan tekenen, zingen, dansen… natuurlijk kan het dat! 

Het is precies die onbevangen instelling die creativiteit van je vraagt: vrijheid en speelsheid in denken en doen en een nieuwsgierige, onderzoekende houding.

Dit is puur een mentale kwestie, want waarom zou een willekeurig kind beter kunnen tekenen dan een willekeurige volwassene met een beter ontwikkelde motoriek?
Als je overtuigingen je hierin belemmeren, ontnemen ze je alle plezier.
Zo worden tekenen en schilderen een frustrerende bevestiging van onvermogen en onbekwaamheid, in plaats van de avontuurlijke, speelse zoektocht naar nieuwe, eigen mogelijkheden. 

Mijn gedachten waren dan ook dat we ons zouden moeten richten op haar strenge ideeën over dat tekeningen en schilderijen mooi moeten zijn en vooral ergens op moeten lijken.

Coachen om te kunnen tekenen
Tijdens een gesprek in mijn atelier legde ik mijn vermoeden aan haar voor en zij herkende zich volledig in deze gedachten. Ook gaf ik aan dat ik haar zou kunnen helpen met het loslaten van haar ‘het-moet-lijken-syndroom’ om haar tekenplezier weer terug te kunnen vinden. Ze was meteen enthousiast!

Ik stelde haar een combinatie van coaching en tekenlessen voor. Zo zouden we haar behoefte aan het krampachtige ‘moeten lijken’ onderzoeken, en waar die vandaan komt. Verder zouden we nagaan hoe ze dat zou kunnen loslaten en ze meer speelsheid en plezier zou kunnen (terug)krijgen in het tekenen en schilderen.

Creatief werken is een spiegel waarin je jezelf laat zien. In een tekenboekje zou ze dagelijkse tekeningetjes maken, bij iedere tekening zou ze gedachten en inzichten opschrijven, en die wekelijks naar me appen.
Zo volgde ik haar ontwikkelingen en werden nieuwe processen aan het licht gebracht. Langzaam openbaarden zich in het tekenboekje meer remmende processen, van weerstand en ongeduld, waar ik haar weer op kon coachen en gericht oefeningen op kon maken. 

Coachen en spelen!
In de lessen richtte ik me op het contact met het materiaal, zoals kinderen dat doen. De verwondering van de tekenbeweging, de zintuiglijke ervaring van krijt op papier. 

Er werd uitbundig gespeeld in korte oefeningen waarin resultaat geen rol speelde. Al spelend losten naast de gefixeerdheid op mooi lijkend resultaat ook ongeduld en weerstand op. Plezier kwam terug. Coachen en spelen bleken hier een gouden combinatie!